De dwarse weg van de ervaringswerker

De weg van de ervaringswerker gaat niet over rozen. Hieronder een verbeelding van de valkuilen onderweg anno 2015.

  1. Je wilt je ervaring inzetten in je werk. Maar je hebt nog teveel onverwerkte zaken die je optimale beschikbaarheid voor de ander verhinderen. Of je wilt ervaringswerker worden om een leegte in jezelf op te vullen. Een andere motivatie kan zijn dat je liever voor de ander zorgt dan voor jezelf, omdat dat gemakkelijker voelt. Of je bent er van overtuigd dat er voor jou geen andere ambitie is weggelegd   dan het vak ervaringswerker. Er kunnen allerlei motieven meespelen. Ken jezelf en je motivaties. En blijf jezelf ontwikkelen.
  2. Er komen steeds meer opleidingen en trainingen voor ervaringsdeskundigen. De keuze voor de juiste richting wordt complexer en bij vacatures wordt ook vaker gericht op specifieke opleidingen geworven. Wil je bij een organisatie aan het werk, dan wordt daarbij vaak om een specifieke, organisatiegebonden training gevraagd.
  3. Er werd ook in 2015 weer geld uitgegeven aan zorgmanagers en leidinggevende functies, gebouwen en andere zaken, waarbij er geen keuze werd gemaakt voor een effectief budget voor ervaringsdeskundigen.
  4. Ervaringsdeskundigen worden gezien als vrijwilligers, in de  breedste zin van het woord. De functie wordt als niet volwaardig gezien en niet erkend. Hij of zij wordt gezien als ‘goedkoop’ alternatief voor zaken waar zorg- en welzijnswerkers niet meer aan toe komen of niet meer mogen doen vanwege de participatiewet.
  5. De ervaringsdeskundige bevindt zich in de organisatie of wijk vaak in een positie van de ‘kritische factor’ , terwijl dit tegelijkertijd nog regelmatig wordt genegeerd of tot zeer ongemakkelijke situaties leidt.
  6. Zorg- en welzijnsorganisaties, gemeente en buurtbewoners zijn niet voldoende op de hoogte van de waarde en inhoud van ervaringswerk; zij zoeken hier uit zichzelf ook geen informatie over. Dit blijft een actieve inzet vragen van de ervaringsdeskundigen zelf.
  7. Vacatures tonen aan dat niet iedere organisatie de functie ervaringswerker juist inzet. In beschrijvingen worden de ervaring, taken en benodigde vaardigheden benoemd van de reguliere coach of hulpverlener, maar geen omschrijving gegeven van de eisen voor de functie ervaringswerker.
  8. De samenwerking met en het betrekken van ervaringsdeskundigen in de wijk door het wijkteam loopt op sommige plaatsen ver achter op andere. Terwijl de wijkteams overlopen van het werk, weten ze de ervaringsdeskundigen nog niet voldoende te vinden. Andersom moeten ervaringsdeskundigen zichzelf blijven laten horen en zien.
  9. De positie van de ervaringswerker binnen (FACT-)teams is niet binnen elke organisatie goed geregeld. Om optimaal te kunnen functioneren als ervaringswerker binnen een multidisciplinair team moet het team zelf, de organisatie en de ervaringswerker goed op de hoogte zijn van de inhoud en verantwoordelijkheid vanuit de functie en moet een ieder daar goed op voorbereid en ingespeeld raken.
  10. Interne werving ervaringsdeskundigen komt voor. Daarbij wordt niet kritisch gekeken naar de voorwaarden voor het ervaringsdeskundige zijn, de functieinhoud en de meerwaarde die ervaringsdeskundigheid  een organisatie en met name de cliënten kan geven. Het gaat bovendien ten koste van de mogelijkheden van werkzoekende ervaringsdeskundigen.
  11. Doordat er steeds meer nieuwe opleidingen ervaringsdeskundigheid ontstaan, wordt de onderlinge concurrentie groter. Er wordt meer gekeken naar -specifieke – opleidingen, dan de persoonlijke ontwikkeling, krachten, kwaliteiten en herstelvermogen. Ervaringsdeskundigheid dreigt ‘vermarkt’ te worden.
  12. De eerste ZZP’ers ervaringsdeskundigheid staan al op. Het is een bijna logisch gevolg op de vaak toch moeilijke positie van ervaringsdeskundigen en het tekort aan geschikte banen.

DSC00317

Advertenties