De grenzen van normaliteit

join our

Als Nederlanders zijn we geneigd voortdurend grenzen te trekken en hokjes te vormen om onze omgeving voor onszelf begrijpelijk te maken. De vraag is of dat werkelijk tot inzicht en begrip leidt, al kan dat zo lijken. Stigma ontstaat door een uitvergroot beeld van bepaalde eigenschappen, die we negatief bestempelen. Dat kan evengoed een stigma op onszelf zijn, die we onbewust projecteren op een ander, of een groep anderen. Neem het etiket psychische stoornis. Wanneer is er eigenlijk sprake van een psychische stoornis; waar ligt de grens tussen menselijke eigenschappen en de stoornis? En de mens met de psychische stoornis; heeft deze immers ook niet de gewone, normale eigenschappen?

Iemand met de diagnose Depressie is uiterst somber en heeft nog wat meer kenmerken die ervoor hebben gezorgd dat hij of zij deze diagnose heeft gekregen. Tijdens situaties waarin alles tegen zit of het lange tijd donker en ‘depressief’ weer is buiten zijn er ook veel mensen somber. Maar daar volgt geen diagnose op, dat wordt als relatief normaal gezien en mopperen is acceptabel, een paar dagen de gordijnen dicht ook.

Zo ook de persoon met – ik noem maar een voorbeeld – borderline, die worstelt met relaties vasthouden, gevoeligheid en wisselende stemmingen. Ik hoef helemaal niet ver te zoeken in mijn omgeving om deze eigenschappen eveneens te zien bij veronderstelde gezonde en normale mensen, zij het misschien in mindere mate.

Psychoses, daar hebben normale mensen geen last van, stel je voor… Toch herkent bijna iedereen wel de momenten waarop hij of zij tijdens een periode van vermoeidheid of half slapen de verbeelding had ‘iets gezien of gehoord te hebben wat er niet echt was’. Of in een moment van paranoïde dacht dat iemand anders hem of haar kwaad aankeek, niet mocht of over hem of haar aan het roddelen was.

Iemand met een diagnose, de abnomale dus, leeft anderzijds ook op meerdere gebieden een normaal leven, met gezonde contacten, interessante bezigheden en hobby’s. Ook heeft deze abnormale ander soms een goede baan en houdt hij of zij van goede programma’s en de nieuwste mode.

Ik ben niet tegen diagnoses en ook niet tegen erkenning van kwetsbaarheid, omdat ik pleit voor het zien van de complete mens. Maar ik zou wel willen benadrukken dat het om dynamische aspecten van het menszijn gaat, zowel binnen het individu zelf als op interactioneel niveau. Zo flexibel als de mens is, zo flexibel is de grens tussen normaliteit en abnormaliteit. Het doet mij herinneren aan die welbekende postertekst: ‘Ooit een normaal mens ontmoet?’