De toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigheid

De ervaringswerker in de wijk is als de wederhelft van zorg en welzijn

Om een antwoord te vinden op de vraag welke toevoegende waarde ervaringsdeskundigheid heeft binnen zorg en welzijn kun je tegenwoordig al aardig wat naslagwerk vinden op internet. Zo wordt er op de website van http://www.movisie.nl al veel over geschreven. Ook via de Vakvereniging voor Ervaringswerkers, http://www.vvve.nl kun je het één en ander vinden. Toch blijft het voor veel zorg- en welzijnswerkers en soms ook voor de ervaringswerkers zelf  in de praktijk een grijs zoekgebied met vragen waar het ervaringswerk ophoudt en zorg- en hulpverlening begint.

Naar mijn idee sluipt er regelmatig ook een misvatting binnen, die vertaald zou kunnen worden naar een domeinenstrijd. Een strijd die in feite niet nodig is wanneer zowel de waarde en inhoud van het reguliere zorg- en welzijnswerk erkend wordt als ook het specifieke ervaringswerk. Er zijn slechts twee gezamenlijke domeinen te noemen, namelijk de omgeving waarbinnen de hulp en ondersteuning plaatsvindt en de cliënten/ wijkbewoners als contactpersonen. Verder zou er in de praktijk geen domeinkruising hoeven plaatsvinden.

Maar wat is die toevoegende waarde van de ervaringsdeskundige dan? Die ligt met name in het startpunt van alle taken en verantwoordelijkheden.De ervaringsdeskundige heeft een kundigheid ontwikkeld in de persoonlijke ervaringen, gedeelde ervaringen en de herstelfasen. Dit heeft plaatsgevonden op een doorleefde wijze, dat wil zeggen, persoonlijke levenslessen en inzichten, handelingstools en het effectief inzetten van hulpbronnen. Een ervaringsdeskundige heeft bovendien geleerd zijn of haar levenscrises te overstijgen, vaak ook door middel van een accepterend vermogen tot zijn of haar eigen kwetsbaarheid.

Dit betekent voor cliënten/wijkbewoners én de reguliere zorg- en welzijnswerkers een breder spectrum van inzichten en mogelijkheden. De ‘uit het leven gegrepen’ kennis raakt direct de behoefte aan erkenning, herkenning en hoop waar cliënten/ wijkbewoners positief geconfronteerd worden met empowerment, eigen regie en kracht. En niet onbelangrijk: zelfacceptatie. Voor de reguliere collega’s helpt dit naar nieuwe invalshoeken kijken, vertaling van wensen en verlangens van cliënten/wijkbewoners die dit (nog) niet goed kunnen verwoorden en algemeen inzicht in belemmerende factoren binnen de hulpverlening. En hoe deze op te heffen.

Ervaringswerkers zitten niet op de stoel van de hulpverlener en nemen ook geen taken over. Ze zijn echter geen maatjes in de wijk of organisatie, ze zijn wel degelijk professioneel en opgeleid om effectief te coachen. Dat betekent dat ook ervaringswerkers een goed zelfreflectief vermogen moeten bezitten, open staan voor leer- en praktijkervaring en over tools moeten beschikken die daadwerkelijk ondersteunend zijn voor de cliënt/ wijkbewoner.

De waarde van de reguliere zorg- en welzijnswerker blijft onveranderd. Het startpunt vanuit overstijgende kennis, inzichten, neutraliteit, betrokkenheid en flexibiliteit zijn niet te vervangen of te verguizen. Laten we het vooral samen doen, daar vaart een cliënt/wijkbewoner wel bij en het zorg- en welzijnswerk eveneens.

 

 

Advertenties