eigen kracht (?)

Het overlijden van een wijkbewoonster waar ik ondersteuning aan bood heeft mij geraakt en aan het denken gezet. De vraag waar ik mee worstel is de grens tussen eigen verantwoordelijkheid en die van de hulpverlener. In hoeverre kun je van eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid spreken als je te maken hebt met iemand die ziek , ernstig verslaafd, angstig en depressief is? Er komt een fase in het leven van iemand met ernstige psychische en/of verslavingsproblemen, maar ook bijvoorbeeld bij ouderdom, dat het aan eigen kracht ontbreekt. Die zit wel ergens verborgen, maar dan moeten er eerst voorwaarden gecreëerd worden om deze ruimte te kunnen geven. Daar begint toch de noodzaak van hulp en ingrijpen van buitenaf. Echter, die kun je pas bieden als er een hulpvraag komt van de persoon zelf. Er zijn situaties waarin een persoon die hulpvraag niet stelt. Of niet voldoende helder verwoordt. Schaamte en schuld kunnen belemmeringen zijn om er voor uit te komen, evenals teleurstellingen en gebrek aan vertrouwen.

Tegenwoordig draait alles om eigen kracht en regie. Ik geloof daar ook in. Ik ben blij dat we afgestapt zijn van het paternalistische zorgen en dat we de zeggenschap en kennis weer terug leggen bij de cliënt, waar een positieve verandering uit voortvloeit. Maar op een moment dat je machteloos moet toezien hoe iemand eenzaam in haar huis sterft – hetgene waar ze nu net zo bang voor was – dan stuiten woorden als eigen kracht en regie mij even erg tegen de borst.

We willen het liefst dat alle cliënten hun medicijnen gaan afbouwen, dat ze zelf de deur uit gaan en hun netwerk uitbreiden, dat ze stoppen met roken en gezond gaan leven. O ja, en ze moeten ook aan betere budgetbeheersing doen. Uiteraard ben ik het daar volkomen mee eens, maar deze hedendaagse populaire kretologie kunnen we niet gaan loslaten op mensen die nog niet op hun ‘keerpunt’ zijn beland. Want dan verandert erkenning in ontkenning en dat is afwijzing.

Ik pleit weer voor presentie. Er zijn, meeleven en meegaan. Met je kwetsbaarheid, je niet-weten en je onmacht soms. Het is lastig om met deze gevoelens om te gaan. Het betekent niet dat je moet redden, soms wel even iets overnemen en dan weer loslaten. Aanvaarden dat de cliënt soms keuzes maakt, die jij niet (meer) zou maken.

De wijkbewoonster is er niet meer. Maar er zijn er zoveel als zij. Mag ze in vrede rusten bij God.