foute woorden

Er zijn van die woorden, daar struikel je gewoon over. Niet omdat die woorden van zichzelf verkeerd zijn, maar doordat ze een bepaalde wanklank krijgen door verkeerd gebruik. Dat noemen ze ook wel framing; iets krijgt een betekenis door de invulling ervan. Zo ben ik er achter gekomen dat ook voor mij als ervaringswerker in de wijk bepaalde woorden mijn haren in mijn nek pontificaal doen stijgen.

Het is absoluut een ingewikkelde materie: ervaringswerkers in de wijk. Wat het precies is, waar het vandaan komt, verdient op zichzelf al een degelijk onderzoek. Zet daar maar eens een goede student op. Het valt nog niet mee om uit te leggen aan en te begrijpen door al die verschillende actieve werkenden in de wijk wat een ervaringswerker is. Wat doet hij of zij nou exact anders dan de maatschappelijk werker of persoonlijk begeleider, coach of ambulant werker? En wat is nu precies wat hen zo uniek maakt? Want laten we wel wezen: of je nu werkzaam bent als zogenoemde prof of als ervaringsdeskundige, niemand zal beweren dat de één minder voor menselijk contact met de cliënt of wijkbewoner is dan de ander. Maar ook niemand zal kunnen beweren dat bij de één professie ontbreekt en bij de ander niet.  Dus dan is dat ook weer uit de wereld.

Maar dan…kom ik toch weer bij die woorden. Ik noem er één: maatje. Een mooi woord, met een bijzondere betekenis. Maar noem mij als ervaringswerker geen maatje, want dan gaan die haren…Bij dat woord denk ik aan gezellig samen dingen ondernemen, afleiding bieden met een bakje koffie of een wandeling, en vooral: niet te moeilijk doen. Maar de praktijk is dat gesprekken juist vaak wel moeilijk zijn, emotioneel en gaan over wezenlijke dingen en dat het allemaal echt niet zo ‘gezellig’ is. En dat naast iemand staan, naast iemand gaan is, soms in beweging in een zeer langzaam herstel. En ja, dat is heel bijzonder!

Nog zo’n woord: vriendschap. Zo denkt men dat je als ervaringswerker ingezet wordt om vriendschap te sluiten met je wijkbewoners. Nu vind ik vriendschap ook een heel mooi woord, maar vriendschap sluit ik wel in mijn vrije tijd! En als er een vriendschap ontstaat uit een hulpverlenend contact, dan is dat heel bijzonder maar eindigt wel de zogenoemde werk-relatie.

Het laatste woord, maar niet minder stigmatiserend: vrijwilliger. Ook al zo’n woord met een geweldige betekenis – we WILLEN niet eens een wereld zonder vrijwilligers – maar het zegt toch helemaal niets? Je bent alleen vrijwilliger omdat je niet betaald wordt voor dat gene wat je doet. Het zegt niets over de inhoud, betekenis of kwaliteit waarop je iets doet. Iedere vrijwilliger is uniek. Hetzelfde geldt trouwens voor prof; je hebt slechts het geluk dat je ervoor betaald wordt.

De waardering en erkenning van de ervaringswerker start met de juiste framing van deze functie. Een verkeerde benaming leidt tot misverstanden en verkeerde verwachtingen. De ervaringswerker biedt het alle drie: maatje zijn, vriendschap en vrijwilligheid. Maar het is nog veel meer. Verdiep je erin!poster 5-12

 

 

Advertenties