Kwetsbaarheid

DSC00363

Als ervaringsdeskundigen zeggen we altijd: “Kwetsbaarheid is mooi, het is immers ook Kracht”. In het midden van de storm van ons leven hebben we niet zelden bijzondere veerkracht aan onszelf en onze omgeving bewezen. Soms komt dat inzicht pas achteraf, in ons herstel. Die veerkracht die ons heeft geholpen ons herstel te (her)vinden, wordt een innerlijke wetenschap dat, welke tegenslagen en uitdagingen er ook in het verschiet liggen we weer overwinnen. Ook als ze soms nog dagelijkse praktijk zijn.

Wanneer we werkzaam zijn als ervaringsdeskundige wordt een bepaalde mate van stabiliteit verwacht. We worden in staat geacht voldoende middelen beschikbaar te hebben en ook daadwerkelijk in te zetten om evenwichtig te blijven functioneren. Je zou zelfs, vermoed ik, kunnen zeggen dat van ons ervaringswerkers nog meer veerkracht verwacht wordt dan een hulpverlener die deze ervaringen niet heeft. De personen waarmee je samenwerkt, leidinggevenden of wijkbewoners willen zich niet bevestigd zien in hun angst met een instabiele werknemer of vrijwilliger te maken te hebben. Dus kun je de neiging hebben jezelf te willen bewijzen in je veerkracht. “Ik zal dat stigma niet bevestigen”.

Ik merk in mijn persoonlijk functioneren dat ik nog steeds mijn kwetsbare momenten heb. Dan komen oude patronen, gevoelens, gedachten of emoties in beeld die ik niet prettig vind, omdat ze niet passen binnen het gewenste beeld van mijzelf als perfect functionerend en – vooral – professionele werker. Het gevolg is dan dat ik tegen mijzelf zeg: “Stop weg! Bewaar dat voor thuis”. Maar dat sluit absoluut niet aan bij de herstelmethoden, waarbij acceptatie en ruimte bieden sleutelwoorden zijn. Het werkt ook niet, want het zoekt zijn uitweg toch wel.

Kwetsbaarheid verdwijnt niet met herstel en ervaringsdeskundigen moeten alle ruimte en tijd krijgen om hiermee te handelen op het moment dat het er is. We mogen onszelf toestemming geven voor dit deel van onszelf, zonder dat we onze veerkracht en kundigheid verliezen. Het betekent namelijk dat we nog steeds mens zijn en vanuit ons menszijn beschikbaarheid bieden. Dus mag ook ik in vrijheid tegen mijzelf zeggen: “Je mag er zijn; zie hoe krachtig je bent!”