Tegen het systeem?

since-1991-1

Vechten tegen het systeem is geen nieuw fenomeen. Met name binnen de cliëntenbewegingen is dit een motivator waarop ze als het ware zijn gestoeld en ontstaan. Hierdoor hebben ze steeds meer een plek gekregen in onze samenleving en heeft dit veel betekend voor de empowerment en de rechten van cliënten in de GGz maar ook de verslavingssector, ja zelfs daarbuiten. De waarde van deze cliëntenbeweging is onschatbaar voor de emancipatie van een grote groep cliënten.

Helaas is het systeem verder doorgedrongen in de maatschappij en de zorg, wat tot gevolg heeft dat binnen de GGz weer terug gegrepen werd en wordt naar oude systeemgedachten en – middelen. Er vindt hierbinnen wel een tegenbeweging plaats van werkers die zich hierin niet kunnen vinden, de Nieuwe GGz. Toch vind ik de tendensen zorgwekkend en voor de positie van de ervaringswerkers én cliënten verwarrend en verdrukkend.

Er lijken zich momenteel twee richtingen te manifesteren. De richting van de systeemwereld en die van de ‘onafhankelijken’, die zich hier tegen afzetten. Een middenweg is moeilijk waar te nemen. Dat ervaar ik zelf als ervaringsdeskundige in het veld. Ik heb de training WRAP-facilitator gevolgd en ik realiseerde mij opnieuw dat het bij ons werk draait om echte, pure basiswaarden. Deze waarden komen zonder concessies neer op de eigen zeggenschap, gelijkwaardigheid, respect, kracht en wil van de cliënt, waarbij niets, maar dan ook niets voor, over beslist of gedacht wordt.

Binnen de systeemzorg worden dezelfde waarden als uitgangspunt overgenomen. Dat is mooi en alleen maar aan te moedigen. Helaas worden deze waarden niet zelden omhuld met strikte methodieken, regels en theorieën, waarvoor trainingen worden aangeboden die de werkers geschikt moeten maken dit aan de cliënt over te brengen. Er is echter een groot verschil tussen het overbrengen van waarden die vanuit eigen ervaringen met herstel zijn uitgekristalliseerd en die enigszins oppervlakkig in een cursus worden aangeleerd. Of waarover gesproken wordt zonder de intrinsieke betekenis van de woorden  echt te doorvoelen.

Ervaringsdeskundigheid blijft daarbij  nog een zoekgebied en met de behoefte aan professionalisering van de functie dreigt ook deze in plaats van in hoge mate van binnenuit meer van buiten af vorm te krijgen. De vraag die mij bezig houdt is of het systeem deze functie inhoud gaat geven of de functie het systeem. We kunnen niet zonder het systeem en dat hoeft ook niet. We moeten met beide gebieden om kunnen gaan en erin kunnen bewegen. We hebben elkaar nodig en de cliënten hebben een goed functionerende zorgwereld nodig waar zij de regie houden over hun eigen leven, keuzes en wensen. Dat moet het hoofddoel zijn: dat het leven toegankelijk en beschikbaar is voor elk individu in onze maatschappij. Dat men de mogelijkheid heeft te groeien, bloeien en ook af en toe kwetsbaar te zijn.