Vervlogen tijden

ce628460-0fd8-4d6a-be9a-9b3bdf6ba64b-original

Ineens ben je herinneringen aan het ophalen. Wie kent dat niet? Je bent in gesprek, je stem daalt en je blik gaat naar een bepaald, niet aanwijsbaar punt en ineens…ben je daar.

Dat overkwam mij pas en het had iets nostalgisch, bevreemdend en verwonderend. Was ik dat? Dezelfde als die ik nu ben? Het is bijna niet voor te stellen. Nee, ik heb het niet over de naarste periode uit mijn leven, of over een dieptepunt. Een keerpunt was het wel. Het was de periode waarin ik ontdekte hoe sterk ik was, mijn pure leefkracht – nee, geen overlevingskracht – ontwaarde. Daarvoor teerde ik op overlevingskracht, maar dat veranderde. Noodgedwongen, dat wel.

Ik was verslaafd en hersteld van een psychotische periode, waarvan de restanten nog steeds in mijn geest waarden. Mijn opname in de verslavingskliniek had een gedwongen karakter, na een afkickperiode in de detox. Het was een kliniek in een vorm die nu niet meer bestaat. De methoden die er toegepast werden zouden hedendaags als twijfelachtig en over de grens bestempeld worden. Het was eigenlijk nogal bizar. Maar ik ben er hersteld en ik ben er van mijn verslaving gered. Twee lange jaren verbleef ik er, maar de behandeling vroeg daar om; het was een langdurige vorm van ‘therapie’.

Ik was 21 toen ik erin kwam en 23 toen ik de kliniek verliet. Voor mij, en dat gold voor de meesten die er intern verbleven, was er geen achterdeur, geen andere uitweg dan deze weg te doorlopen. Je kwam er niet zomaar binnen. Na de relatief gangbare intakegesprekken met een behandelaar en een ex-verslaafde – heel vooruitstrevend! – moest je eerst onder de douche, werden je persoonlijke bezittingen doorzocht en ingenomen en kreeg je een overall aan. Vervolgens werd je na enige tijd op een kaal bankje gezeten te hebben in een ruimte geloodst waar 3 personen op een stoel voor je zaten. Jij moest er tegenover staan en net zolang ‘Help me’ roepen tot jijzelf maar vooral de anderen er van overtuigd waren dat je het meende. Dan was je binnen. Na enige tijd werd je met een klein feestje binnen gehaald en kreeg je een oudere broer of zus toegewezen, iemand die intern jouw buddy werd voor de rest van jouw verblijf.

De introductie was tekenend voor de gehele gang van zaken in de kliniek en hoe de verslaving werd aangepakt. De gedachte achter dit alles was dat het destructieve gedrag rondom verslaving afgebroken moest worden en je identiteit opnieuw opgebouwd. Maar daarvoor moest je deze eerst kwijt raken. Er werden actief pressiemiddelen toegepast om de onderdrukte emoties eruit te persen, zoals confrontaties, schreeuwmethodieken, lichamelijke grensverleggingen, slaapdeprivatie en marathons van 36 uur. Het inzetten van dwangmiddelen als het bankje waar je op moest zitten en zwijgen, een houten bord om je nek met passende tekst of strafmiddelen. Deze bestonden uit als de ‘wasteil’ : weer in de overall, geen contact mogen maken met de rest van de groep en  nutteloos, herhalend werk doen met als doel zelfbezinning. Of het ‘werkcontract’, wat inhield dat je alleen contact mocht hebben met je dagboek en met wat intensievere werkzaamheden.

Het klinkt nogal heftig, maar tegenover dit alles stond iedere overwinning op jezelf en het weer kwijtraken van de maatregelen. Dat betekende groei. Daarnaast was er de commune, de groep waarin je leefde en waar je warmte en liefde vond. Deze was heel sterk. Het was tegelijk een zelfsturend geheel van lotgenoten, want alles werd uitgevoerd door de bewonersgroep zelf en slechts op de achtergrond aangestuurd door de staf. Deze laatste was slechts aanwezig bij de encounters , een confrontatietechniek,  en andere groepsmatige therapieën. Verder had alleen de bewoner met de op dat moment hoogste functie in de hiërarchie contact met een stafmedewerker.

Ik ben gegradueerd, wat betekent dat ik de behandeling met succes heb afgerond. Mijn naam is op het grote jaarbord gezet, bij de andere, sporadisch gegradueerden. Met een groot feest is mijn verblijf daar afgesloten. Natuurlijk was dat slechts het begin van het normale buitenleven. Zo geconditioneerd als ik was, heeft het jaren geduurd voor ik mij weer deel voelde van de maatschappij. En toch…

Van sommige interne opnames heb ik daadwerkelijk trauma’s opgelopen. Niet van deze Hiërarchische Therapeutische Gemeenschap. Ik heb hier veel geleerd en heb er het geloof in mijzelf terug gevonden, mijn eigen identiteit herpakt. Sterker dan ooit ben ik daar uit gekomen, ondanks dat ik toch heus wel kritiek had op deze instelling. Het heeft mij gevormd, helpen ontwikkelen tot de sterke persoon die ik nu ben. Het is niet geheel toevallig dat ik niet lang na deze opname opnieuw de weg weer zocht naar het geloof. Het geloof dat ik was kwijtgeraakt. Dat was voor mij een logische vervolgstap.

De HTG’s in deze vorm bestaan niet meer. Andere behandelmethoden hebben de plaats in genomen. Maar velen hebben, net als ik, deze klinieken bezocht. Het is ook voor hen dat ik deze herinnering wil bewaren. Het is niet eenvoudig om hier nog informatie over te vinden. Als vergeten herinneringen lijken ze ook digitaal weggevaagd. Maar ik weet ze nog. Uiteraard!

Nota bene: Waar zou dat bord gebleven zijn?

Advertenties